Nieuwe erfwet: echtgenoot geniet eerst van schenking aan kinderen

Ga terug

Dankzij het nieuwe erfrecht heeft de langstlevende echtgenoot een grotere zekerheid om zijn levensstandaard te behouden na het overlijden van zijn partner. Kinderen moeten langer wachten om volop van een schenking te genieten.

Stel dat uw echtgenoot een effectenportefeuille heeft en die aan de kinderen schenkt ‘onder voorbehoud van vruchtgebruik’. De kinderen zijn door die schenking alleen de blote eigenaars van de portefeuille. Zolang uw partner leeft, kan hij de portefeuille opvolgen en de dividenden opstrijken. Dankzij die inkomsten kunnen jullie regelmatig uit eten gaan of een snoepreisje maken. Maar als uw echtgenoot overlijdt, worden de kinderen in principe de volle eigenaar van de aandelen. Vanaf dan ontvangt u geen dividenden meer, zodat u uw levensstijl mogelijk moet aanpassen. Tot nu kunt u alleen, in bepaalde omstandigheden, van de kinderen eisen dat zij u een lijfrente betalen. Maar dan bent u afhankelijk van hun maandelijkse betalingen. 

De nieuwe erfwet, die op 1 september ingaat, voert een regeling in die beter is voor de langstlevende. Die kan het vruchtgebruik voortzetten na het overlijden van de partner die de schenking ‘onder voorbehoud van vruchtgebruik’ deed. Let wel, dat geldt alleen voor schenkingen vanaf 1 september. 

In ons voorbeeld behoudt u dankzij de nieuwe wet het beheer van de aandelenportefeuille. ‘De langstlevende kan het vruchtgebruik op zijn beurt levenslang voortzetten. Zie het als een verlengstuk van wat de huwelijkspartner voor zichzelf had geregeld toen hij de schenking deed’, zegt advocaat Bart Verdickt (Greenille by Laga). 

De nieuwe regels gelden niet alleen voor een beleggingsportefeuille, maar ook voor andere ‘onder voorbehoud van vruchtgebruik’ geschonken goederen. Denk aan een appartement dat uw echtgenoot van zijn ouders heeft geërfd en dat hij - na een schenking aan de kinderen - tot aan zijn overlijden heeft verhuurd. 

Bovendien wordt het vruchtgebruik automatisch toegekend aan de langstlevende. ‘Het recht om het vruchtgebruik voort te zetten vloeit voort uit de wet. De echtgenoot die een schenking doet en het vruchtgebruik van de geschonken goederen behoudt, moet de voortzetting ervan door zijn partner niet speciaal voorzien’, zegt familiaal vermogensrechtspecialiste Hélène Casman. Keerzijde van de medaille: als uw partner overlijdt, blijven uw kinderen alleen blote eigenaar. Ze zullen moeten wachten tot u sterft om volop van de schenking te kunnen genieten.

Om het voortgezet vruchtgebruik te krijgen, moet de schenking aan enkele voorwaarden voldoen:

De schenking moet onder voorbehoud van vruchtgebruik zijn gedaan. 

Op een schenking in volle eigendom heeft de langstlevende geen recht. ‘Tenzij de wettelijke reserve van de weduwe of de weduwnaar is aangetast’, waarschuwt Casman. De langstlevende blijft immers nooit met lege handen achter. Hij heeft altijd een wettelijk voorbehouden erfdeel: het vruchtgebruik van de helft van de nalatenschap van de partner en minstens het vruchtgebruik van de gezinswoning. ‘Als de overleden partner tijdens zijn leven te veel goederen heeft weggeschonken, kan de langstlevende de waarde ervan terugeisen tot wanneer hij het vruchtgebruik op de helft van dat vermogen kan uitoefenen.’ 

De schenking moet tijdens het huwelijk zijn gedaan.

Als een huwelijkspartner al goederen schonk aan zijn kinderen voordat hij (her) trouwde, heeft de latere echtgenoot of echtgenote niet het recht het vruchtgebruik voort te zetten. Op die regel bestaat één uitzondering: als het de schenking van een gezinswoning betreft en als de schenking gebeurde tijdens het wettelijk samenwonen van partners die nadien zijn getrouwd. ‘Veronderstel dat Magda een dochter heeft uit haar eerste huwelijk. Ze woont in een appartement dat haar eigendom is. Ze ontmoet Erik, die bij haar intrekt en met wie ze een contract van wettelijke samenwoning afsluit. Nadien beslist Magda haar appartement aan haar dochter te geven. Ze doet dat onder voorbehoud van vruchtgebruik, want ze wil in het appartement blijven wonen. Als Magda en Erik nadien trouwen, dan kan Erik dat vruchtgebruik na het overlijden van Magda voortzetten’, illustreert Verdickt. 

De schenker moet het vruchtgebruik nog uitoefenen op het ogenblik dat hij sterft. 

Wie een schenking doet onder voorbehoud van vruchtgebruik kan daar nadien aan verzaken. ‘Stel dat een gehuwde man een opbrengsteigendom onder voorbehoud van vruchtgebruik schenkt aan zijn zoon. Als die laatste later een mooi bod ontvangt en bereid is het eigendom te verkopen, kan hij dat als blote eigenaar alleen met instemming van de vruchtgebruiker, de vader. Geeft die zijn zegen, dan verzaakt hij aan zijn vruchtgebruik. De vader krijgt dan wellicht een deel van de prijs ter waarde van het vruchtgebruik, maar dan is er geen vruchtgebruik meer dat de langstlevende kan voortzetten’, vervolgt Casman.

Dat is logisch. Want de koper van het opbrengsteigendom zou aardig opkijken als de echtgenote, jaren later, doodleuk het vruchtgebruik zou opeisen. Tussen haakjes: De partner van de schenker kan niet verhinderen dat die laatste aan het vruchtgebruik verzaakt. 

Het voortgezet vruchtgebruik mag niet ontnomen zijn.

De schenker kan zijn partner het voortgezet vruchtgebruik ontnemen. Dat kan alleen bij testament. De andere echtgenoot kan ook daar niets tegen inbrengen. Dat kan tot onaangename verrassingen leiden, want de partner moet niet vertellen wat hij in zijn testament schrijft. 

Op het voortgezet vruchtgebruik zijn in Vlaanderen wel erfbelastingen verschuldigd, tenzij het om de gezinswoning gaat. Specialisten vinden dat onrechtvaardig. ‘Het is een radicale wijziging’, stelt Verdickt. ‘De langstlevende die op grond van de oude regels het vruchtgebruik of een lijfrente krijgt, moet daarop niet betalen.’

Vlaams minister van Begroting Bart Tommelein (Open VLD) wijst erop dat echtgenoten vanaf 1 september ook geen erfbelastingen verschuldigd zijn op de eerste 50.000 euro aan roerende goederen zoals banktegoeden of aandelen. Dat belet niet dat de langstlevende erfbelasting verschuldigd is als hij het voortgezet vruchtgebruik erft van andere goederen of voor grotere bedragen. Hoeveel belastingen hij moet betalen, hangt onder andere af van de omvang van de erfenis, de waarde van het vruchtgebruik en de leeftijd van de langstlevende. 

Als een effectenportefeuille 200.000 euro waard is en de langstlevende 73 jaar is als de partner overlijdt, wordt de waarde van het vruchtgebruik geraamd op 48.000 euro. Op dat bedrag betaalt de langstlevende 3, 9 of 27 procent belastingen, afhankelijk van de waarde van de rest van de erfenis. Zijn er geen andere roerende goederen dan die portefeuille, dan betaalt de langstlevende op dat vruchtgebruik geen erfbelastingen omdat de waarde ervan binnen de vrijstelling van 50.000 euro valt.

 

Lees hier het volledige artikel

Bron: De Tijd - Ellen Cleeren - redactrice Netto

Deze website maakt gebruik van cookies om uw surfervaring op deze website makkelijker te maken. Meer wetenVerder gaan